Wedstrijd spelen

12. Wedstrijd spelen.

12a. Enkelspel.

Situatie: Speler A en B spelen tegen elkaar

  • Door loting wordt bepaald wie (aan welke kant) moet beginnen.
  • Als A in de eerste game serveert, moet B in de tweede game serveren, A weer in de derde game, B weer in de vierde, etc.
  • Bij iedere oneven stand bv. 1-0, 3-2, 5-4, etc.) moet er gewisseld worden van speelhelft. (Bij iedere wissel mag gepauzeerd worden. Dit is ook het geval na afloop van een set. Bij de eerste wissel van de nieuwe set mag dan echter niet gepauzeerd worden.)
  • Voor de overige regels: zie Telling (deel 4).

12b. Dubbelspel.

Situatie: Spelers A en B spelen tegen spelers C en D.

  • Door loting wordt bepaald welke partij (aan welke kant) moet beginnen.
  • Als partij A en B in de eerste game serveert, mogen A en B zelf bepalen wie gaat beginnen. Als A in de eerste game serveert, moet B in de derde game serveren, A in de vijfde, etc.
  • Partij C en D serveert dus in de tweede game. C en D mogen zelf bepalen wie gaat beginnen. Als C in de tweede game serveert, moet D in de vierde game serveren, C in de zesde, etc.
  • Deze volgorde van serveren mag pas veranderd worden als een set is afgelopen !

  • Bij iedere oneven stand (bv. 1-0, 3-2, 5-4, etc.) moet er gewisseld worden van speelhelft. (Bij iedere wissel mag gepauzeerd worden. Dit is ook het geval na afloop van een set. Bij de eerste wissel van de nieuwe set mag dan echter niet
    gepauzeerd worden.)
  • Voor de overige regels: zie Telling (deel 4).

De meest gebruikelijke (en taktisch de beste) posities zijn hieronder aangegeven:

dubbeldubbel

Situatie
1: (het eerste punt van een game)

A is de serveerder, zijn partner B staat bij het net. C is de ontvanger,
zijn partner D staat op de servicelijn. De taak van D is om het veld te
verdedigen voor het geval C naar B slaat. Slaat C naar A terug, dan moet
D snel positie kiezen aan het net.

Situatie 2: (het tweede punt van een game)
A is de serveerder, zijn partner B staat bij het net. Nu is D de ontvanger
en staat C op de servicelijn om het veld te verdedigen t.o.v. B. Als D
naar A terug slaat gaat C naar het net.

Vervolg:

A blijft serveren totdat het game is. Zij partner B blijft dus een game lang bij het net. C en D zijn om de beurt
ontvanger. De situaties 1 en 2 herhalen zich steeds totdat het game is.

In het voorbeeld staat C op rechts en D op links. Iedere keer als A of B gaat serveren moeten zij zo gaan staan. Pas na afloop van een set mag deze opstelling veranderd worden.

Puntverlies. (Dubbelspel)

  • Indien beide spelers van één
    partij de bal raken, verliest die partij het punt.
  • Indien een speler bij een service de bal tegen zijn partner slaat, is de service fout (ook al gaat de bal in het goede servicevak).
  • Indien een speler de bal in een rally tegen zijn partner slaat, is het punt voor de tegenstanders.
  • Indien een speler, die niet aan de bal is, tijdens een rally het net aanraakt, is het punt voor de tegenstanders.